HISTORIE

HET MUSEUM DANKT ZIJN NAAM AAN DE OUDE BUURTSCHAP WAARIN HET STAAT: WEMMENHOVE.

Op een kaart uit 1612 wordt deze naam voor het eerst officieel gebruikt voor een nederzetting van de buurtschap Drogt. Het was vroeger gebruikelijk dat bewoners de naam van hun nederzetting aannamen. Zo is er dan ook in de eerste helft van de 18e eeuw sprake van de weduwe van Albert Rutgers Wemmenhove die voor haar kleinzoon een boerderij laat bouwen. De nederzetting bestaat dan uit twee boerderijen en een armenhuisje

Ruim een eeuw later wordt er opnieuw in opdracht van een Wemmenhove een boerderij gebouwd. Vijf generaties Wemmenhoves zullen in de loop der jaren de boerderij bewonen. In 1943 wordt voor het laatst een kleine Wemmenhove op de boerderij geboren.

De boerderij wisselde een aantal maal van eigenaar. Kunstenaar Theo Kerstens werd de laatste bewoner van het pand. Hij begon het huis te verbouwen waardoor het langzaam maar zeker zijn karakter verloor. Het boerenbedrijf maakte plaats voor een galerie en lijstenmakerij. In de leeggekomen schuur van de boerderij mocht de Nederlandse Handkarren Stichting haar handkarren opslaan.

In 1983 kocht de gemeente Zuidwolde het pand en gaf het een museumbestemming. Bij de koop werd tegelijk de handkarrencollectie van de Nederlandse Handkarren Stichting overgenomen. Er kwam een Stichting “De Wemme” die zorgde dat in 1988 het cultuurhistorische museum haar deuren kon openen.

Op 24 maart van dat jaar werd het museum ‘De Wemme’ officieel geopend door de toenmalige minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, mr. drs. L.C. Brinkman.

In de nacht van 3 op 4 september 1999 brandde de boerderij, op enkele delen van het voorhuis na, tot de grond toe af. Veel kostbaar materiaal ging verloren. Door grote inspanning van het bestuur en vrijwilligers, medewerking van vele instanties en een spontaan opgezette inzamelingsactie onder de bevolking, kon het museum in juni 2001 opnieuw haar poorten openen voor het publiek.

In 2003 werd door gemeente en provincie het licht op groen gezet voor de bouw van een nieuw onderkomen voor (een gedeelte van) de collectie handkarren.
In het nieuwe gebouw is een expositieruimte met smederij en restauratiewerkplaats ondergebracht. Een aanbouw rondom de expositieruimte is in gebruik als depot, hier staat een groot aantal karren uit de collectie die eveneens te bezichtigen zijn. De uitbreiding is op 1 april 2004 geopend.