fbpx

In 1971 richtten een paar mensen in Amsterdam De Nederlandse Handkarren Stichting op. Zij wilden daarmee voorkomen dat er over een aantal jaren in Nederland geen handkar meer te vinden zou zijn.

Bijzondere handkarren zouden verzameld, gerestaureerd en tentoongesteld worden, eigenaren van nog in gebruik zijnde handkarren gestimuleerd om deze te blijven gebruiken.

Helaas was vanaf het begin van de stichting geld-, tijd-, en opslagruimte sporadisch voorhanden, wat het uitvoeren van de plannen ernstig bemoeilijkte. Wel werden er in de eerste tien jaar zo’n 40 handkarren, een mallejan, wat bakfietsen en een lijkwagentje verzameld. Na de viering van het eerste lustrum in 1981 verdwenen deze karren, vanwege gebrek aan opslagruimte, uit Amsterdam naar een schuur van een bevriende kunstenaar in het Drentse dorp Zuidwolde.

In Zuidwolde werd juist in die tijd de initiatiefgroep ‘Een cultuurhistorisch museum voor Zuidwolde’ opgericht. Hun oog viel op de te koop staande boerderij van de bevriende kunstenaar die Drenthe weer wilde verlaten. Tot hun verrassing vond de groep in een van de schuren de verzameling handkarren. De gemeente ging in gesprek met De Nederlandse Handkarren Stichting met als resultaat dat zij de karren mochten overnemen. Hiermee verplichtte de gemeente zich wel deze unieke collectie in stand te houden en tentoon te stellen. De doelstelling van de initiatiefgroep werd aansluitend veranderd in ‘het oprichten van een museumboerderij annex handkarrenmuseum’.

Alhoewel de opslagruimte ook in De Wemme een probleem was en is, is het verzamelen en restaureren van handkarren wel doorgegaan. Tegenwoordig bestaat de verzameling uit ca. 75 karren, waaronder 54 handkarren. Hieruit wordt elk jaar een aantal handkarren geselecteerd en tentoongesteld.