fbpx

Deze kar is, volgens het opschrift op de kar, van bakker A.J. Lobbert, Korte Landstraat 2 in Alkmaar, geweest. Hij is destijds, samen met nog een bakkerskar, voor 75 gulden door de Nederlandse Handkarren Stichting (NHS) van een bakker in Den Ilp gekocht die de karren als decoratiemateriaal gebruikte.

De kar was in zeer slechte staat. Houtworm in de bodem en wielen, de bak gammel, de wielbanden verroest en het houtwerk rondom rot en gespleten. De NHS is niet aan restauratie toegekomen.

Vrijwilligers van De Wemme hebben hem in de loop der jaren opgeknapt. De houtnerf aan de buitenkant werd met donkerbruine verf overgeschilderd omdat niemand van de vrijwilligers de techniek van het houtnerf schilderen beheerste.
Ook de tekst op het voorschot: A.J. Lobbert, Korte Landstraat 2, werd overgeschilderd. De opschriften op de beide zijkanten zijn wel bewaard gebleven. Op het linker zijschot staat ‘Luxe bakkerij’, op het rechter zijschot ‘Hygiënische bereiding’.

In 2018 is de kar opnieuw en ditmaal grondig gerestaureerd door ‘onze’ restaurateur Lubbert Linde. De buitenkant heeft weer het oorspronkelijke houtnerf uiterlijk gekregen dankzij Ilse Arkema uit de Krim, studente van het Cibap in Zwolle. Ten tijde van de restauratie was zij stagiaire bij Veldman en Veltman, restauratie- en decoratieschilders in Haren, die ons adviseerden bij de restauratie- werkzaamheden. Ook de tekst op het voorschot is weer terug.

Het is een kleine kar, reden dat wij denken dat het misschien wel een kinderkar is. Vanaf 16 jaar mocht iedereen met een handkar lopen mits hij over de kar en zijn lading heen kon kijken. Leeftijdsontheffing kon men krijgen voor kinderen vanaf 14 jaar, maar ook die moesten voldoen aan dezelfde voorwaarde. Daarom werden er ook kleinere karren gebouwd, de zogenaamde kinderkarren. In de bakkerswereld was het niet zo vreemd dat de kinderen van een gezin het brood uitventten. Hun vader bakte dan het brood en hun moeder stond in de winkel.

Maar dit was waarschijnlijk niet het geval bij bakker Lobbert. Aan de hand van archieven en advertenties hebben we kunnen achterhalen dat Lobbert in 1909 samen met zijn vrouw in Alkmaar kwam wonen. Tot eind september 1912 was hij 2e bakker bij de R.K. Coöpertieve Verbruiksvereeninging “Ons Doel”.

In oktober 1912 verscheen een advertentie van de Brood- en Koekbakkerij “De Onderneming” waar je niet alleen brood kon kopen maar ook maandelijks of halfjaarlijks 10% dividend kreeg uitbetaald.

In de advertentie staat dat bestellingen bij A.J. Lobbert, Oudegracht, opgegeven kunnen worden. J. Klaver, de voormalige chefbakker van de al genoemde R.K. Coöperatie is waarschijnlijk ook hier chefbakker. Een klein half jaar later blijkt Lobbert depothouder te zijn geworden.
De opkomst van broodfabrieken was funest voor kleine bakkerijen. De depots, winkels waarin brood verkocht werd dat niet ter plaatse was gebakken, vormden een te grote concurrent. Sommige kleine bakkers kozen ervoor dan ook maar depothouder te worden. Het brood kon iets beneden de vastgestelde verkoopprijs ingekocht worden. Verdere salariëring ontbrak. Zelf mochten ze dan niet meer bakken. Het brood moest door de depothouders en door de broodbezorgers, die wel in dienst van de broodfabriek waren, bij het fabrieksgebouw afgehaald worden.

Lobbert is in Alkmaar waarschijnlijk nooit een zelfstandige bakker geweest. Hij heeft, zoals we zagen, eerst als bakker in een coöperatieve broodfabriek gewerkt en is later depothouder geworden. En waarschijnlijk is hij later samen met andere bakkers mede-eigenaar van de broodfabriek geworden waar hij depothouder van was. Dit laatste zou afgeleid kunnen worden uit de advertentie van 20 november 1920 in de Alkmaarse Courant waarin staat dat Lobbert nu een filiaal heeft van de Firma B. Reitsma, een N.V. Patroons-Bakkerij. Ruim een half jaar eerder hadden 7 van de 8 genoemde filiaalhouders samen een N.V. opgericht. Reitsma’s naam komt in een notariële akte voor m.b.t. deze N.V., dan gaat het onder meer over een hypotheek. We hopen in de toekomst meer informatie over deze N.V. en de rol van Lobbert hierin, te achterhalen om het verhaal te kunnen afronden.

Technisch gezien zou je de kar een kleine elegante ‘kist’ op wielen kunnen noemen. Deze bak heeft een fraaie lichte constructie met een deksel. Het deksel kan opengehouden worden door een klepschaar.
De bodem van de bak heeft over de lengte in het midden een aantal ventilatiesleuven. Er kunnen dwarsschotjes in de bak geplaatst worden om de verschillende broodsoorten te scheiden. Door het geringe gewicht van de inhoud heeft de kar een lichte vering.
De wagenpoot wordt gevormd door drie stuks rond staafstaal, die vanaf de achterklamp en middenklamp aan de onderkant samenkomen in stukje buis.
De duwarmen zijn gemaakt van sierlijk gevormd rond staafstaal waaraan een rondhouten duwkruk is bevestigd.

Bron: Handkarrenwijzer exposite 2019, uitgave Cultuurhistorisch streek- en handkarrenmuseum De Wemme.